De meeste aandeelhoudersovereenkomsten worden opgesteld na het eerste grote conflict. Dat is te laat. Een aandeelhoudersovereenkomst is geen luxe, maar het fundament van een werkbare samenwerking. Wie bij de oprichting van een vennootschap enkel statuten laat opstellen en verder niets vastlegt, bouwt een huis zonder brandverzekering: het lijkt prima tot het fout loopt.
Statuten versus aandeelhoudersovereenkomst: wat regelt wat?
Statuten zijn verplicht en worden opgesteld bij de notaris. Ze regelen de fundamentele structuur van de vennootschap: de rechtsvorm, de inbreng, de bevoegdheden van het bestuur, de besluitvormingsregels. Statuten zijn openbaar: na neerlegging en bekendmaking zijn ze tegenwerpelijk aan derden.
Een aandeelhoudersovereenkomst is een onderhandse overeenkomst tussen de aandeelhouders onderling. Ze is niet openbaar, niet verplicht, en biedt veel meer flexibiliteit. Ze regelt wat de statuten niet regelen of niet mogen regelen: de verhouding tussen aandeelhouders, wat er gebeurt als iemand wil uitstappen, hoe conflicten worden opgelost, hoe de vennootschap gewaardeerd wordt bij een exit, en wat er geldt bij overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid van een aandeelhouder.
Belangrijk aandachtspunt: overdrachtsbeperkingen die u enkel in een aandeelhoudersovereenkomst opneemt, werken in principe alleen tussen de ondertekenende partijen. Om tegenwerpelijk te zijn aan derden en aan de vennootschap, moeten overdrachtsbeperkingen zijn opgenomen in regelmatig openbaar gemaakte statuten of uitgiftevoorwaarden. Een aandeelhoudersovereenkomst is ook niet bedoeld om wettelijke of statutaire overdrachtsvoorwaarden te versoepelen.
Wat veranderde met het WVV voor de BV?
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), volledig in werking sinds 2020, heeft het vennootschapsrechtelijke kapitaalbegrip voor de BV afgeschaft. De BV werkt voortaan met inbreng en ingebracht eigen vermogen, zonder verplicht minimumkapitaal. Let wel: fiscaalrechtelijk bestaat er nog steeds een kapitaalbegrip voor de BV in de zin van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Wie spreekt van het kapitaal van een BV, moet dat onderscheid in het oog houden.
Een tweede punt dat in de praktijk vaak verkeerd wordt begrepen: BV-aandelen zijn onder het WVV niet automatisch vrij overdraagbaar. Het omgekeerde is het wettelijke uitgangspunt. Als de statuten niets bepalen, vereist een overdracht de goedkeuring van minstens de helft van de aandeelhouders die samen minstens drie vierde van de aandelen vertegenwoordigen (art. 5:63 WVV). Overdrachten in strijd hiermee zijn niet tegenwerpelijk aan de vennootschap of aan derden. Enkel als de statuten expliciet voor vrije overdraagbaarheid kiezen, vervalt die goedkeuringsvereiste.
De grotere contractuele vrijheid in de BV is een kans, maar ook een verplichting: wie niets regelt, valt terug op wettelijke defaults die zelden passen bij de concrete situatie.
Drie situaties waarbij u het achteraf betreurt dat u niets had vastgelegd
Vijf clausules die elke aandeelhoudersovereenkomst (in principe) zou moeten bevatten
Conclusie
Een aandeelhoudersovereenkomst opstellen is geen teken van wantrouwen. Het is een teken van professionalisme. Goede afspraken maken goede vennoten. En goede vennoten leggen die afspraken op papier vóór er een probleem is, niet erna. Combineer ze steeds met de juiste statutaire bepalingen: wat u aan derden wilt tegenwerpen, moet ook openbaar zijn.
Heeft u een vennootschap met meerdere aandeelhouders en geen aandeelhoudersovereenkomst? Of wilt u uw bestaande overeenkomst of statuten laten toetsen aan het WVV? Neem vrijblijvend contact op. Wij bekijken het graag samen met u.