20 maart 2026

Waarom elke BV met meerdere aandeelhouders een aandeelhoudersovereenkomst nodig heeft

Geschreven door: Gertjan Cupers, Wim Wijsmans

De meeste aandeelhoudersovereenkomsten worden opgesteld na het eerste grote conflict. Dat is te laat. Een aandeelhoudersovereenkomst is geen luxe, maar het fundament van een werkbare samenwerking. Wie bij de oprichting van een vennootschap enkel statuten laat opstellen en verder niets vastlegt, bouwt een huis zonder brandverzekering: het lijkt prima tot het fout loopt.

Statuten versus aandeelhoudersovereenkomst: wat regelt wat?

Statuten zijn verplicht en worden opgesteld bij de notaris. Ze regelen de fundamentele structuur van de vennootschap: de rechtsvorm, de inbreng, de bevoegdheden van het bestuur, de besluitvormingsregels. Statuten zijn openbaar: na neerlegging en bekendmaking zijn ze tegenwerpelijk aan derden.

Een aandeelhoudersovereenkomst is een onderhandse overeenkomst tussen de aandeelhouders onderling. Ze is niet openbaar, niet verplicht, en biedt veel meer flexibiliteit. Ze regelt wat de statuten niet regelen of niet mogen regelen: de verhouding tussen aandeelhouders, wat er gebeurt als iemand wil uitstappen, hoe conflicten worden opgelost, hoe de vennootschap gewaardeerd wordt bij een exit, en wat er geldt bij overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid van een aandeelhouder.

Belangrijk aandachtspunt: overdrachtsbeperkingen die u enkel in een aandeelhoudersovereenkomst opneemt, werken in principe alleen tussen de ondertekenende partijen. Om tegenwerpelijk te zijn aan derden en aan de vennootschap, moeten overdrachtsbeperkingen zijn opgenomen in regelmatig openbaar gemaakte statuten of uitgiftevoorwaarden. Een aandeelhoudersovereenkomst is ook niet bedoeld om wettelijke of statutaire overdrachtsvoorwaarden te versoepelen.

Wat veranderde met het WVV voor de BV?

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), volledig in werking sinds 2020, heeft het vennootschapsrechtelijke kapitaalbegrip voor de BV afgeschaft. De BV werkt voortaan met inbreng en ingebracht eigen vermogen, zonder verplicht minimumkapitaal. Let wel: fiscaalrechtelijk bestaat er nog steeds een kapitaalbegrip voor de BV in de zin van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Wie spreekt van het kapitaal van een BV, moet dat onderscheid in het oog houden.

Een tweede punt dat in de praktijk vaak verkeerd wordt begrepen: BV-aandelen zijn onder het WVV niet automatisch vrij overdraagbaar. Het omgekeerde is het wettelijke uitgangspunt. Als de statuten niets bepalen, vereist een overdracht de goedkeuring van minstens de helft van de aandeelhouders die samen minstens drie vierde van de aandelen vertegenwoordigen (art. 5:63 WVV). Overdrachten in strijd hiermee zijn niet tegenwerpelijk aan de vennootschap of aan derden. Enkel als de statuten expliciet voor vrije overdraagbaarheid kiezen, vervalt die goedkeuringsvereiste.

De grotere contractuele vrijheid in de BV is een kans, maar ook een verplichting: wie niets regelt, valt terug op wettelijke defaults die zelden passen bij de concrete situatie.

Drie situaties waarbij u het achteraf betreurt dat u niets had vastgelegd

  • Situatie 1: de co-founder vertrekt. Twee oprichters starten samen een SaaS-bedrijf. Na twee jaar wil één van hen uitstappen. Er is geen aandeelhoudersovereenkomst en de statuten bevatten geen bijzondere overdrachtsregeling. Hoe worden de aandelen gewaardeerd? Wie mag ze kopen? Mag de vertrekkende oprichter meteen bij een concurrent gaan werken? Zonder concrete afspraken eindigt dit bijna altijd in een dure procedure of een ongewenst compromis.
  • Situatie 2: een aandeelhouder overlijdt. Bij overlijden vererven aandelen in beginsel aan de erfgenamen, maar ook die overgang is onderworpen aan het goedkeuringsregime van artikel 5:63 WVV, tenzij het gaat om overdracht aan de echtgenoot of bloedverwanten in rechte lijn. In een vennootschap met externe aandeelhouders kan dat betekenen dat u plots samenwerkt met de erfgenamen van uw voormalige compagnon. Een aandeelhoudersovereenkomst, gecombineerd met de juiste statutaire clausules, kan dit voorkomen door een verplichting tot overdracht bij overlijden in te bouwen.
  • Situatie 3: een blokkering in de besluitvorming. Twee gelijke aandeelhouders zijn het grondig oneens over de strategie van de vennootschap. De ene wil investeren, de andere niet. Alles staat stil. Het WVV geeft ruime vrijheid om stemrechten te structureren en zo patstellingen te vermijden, maar alleen als u die vrijheid vooraf benut. Zonder een deadlock-clausule heeft niemand een uitweg, tenzij via de rechtbank.

Vijf clausules die elke aandeelhoudersovereenkomst (in principe) zou moeten bevatten

  1. Overdrachtsbeperkingen en voorkeurrecht. Regel wie zijn aandelen mag overdragen, aan wie, en tegen welke voorwaarden. In de BV geldt al een wettelijk goedkeuringsregime, maar u kunt dat contractueel verfijnen: een voorkeurrecht voor bestaande aandeelhouders, een specifieke procedure, of een vooraf bepaalde termijn. Overdrachtsbeperkingen die u aan derden wilt tegenwerpen, moeten ook in de statuten zijn opgenomen
  2. Waarderingsmethode. Stel vooraf vast hoe de vennootschap gewaardeerd wordt bij overdracht van aandelen. De waarde van een vennootschap is zelden vanzelfsprekend en bijna altijd een bron van conflict als er niets is vastgelegd. Uw clausule kan een specifieke methode voorzien, maar moet de wettelijke vermogensbeschermingsregels respecteren.
  3. Deadlock-clausule. Wat gebeurt er als aandeelhouders er niet uitkomen bij een belangrijk besluit? Een goed uitgewerkte deadlock-clausule voorziet in een afkoelperiode, eventuele tussenkomst van een mediator, en als laatste redmiddel een mechanisme waarbij een aandeelhouder de andere uitkoopt. Elke exitregeling in het kader van een deadlock blijft onderworpen aan de uitkerings- en liquiditeitstests van het WVV: die wettelijke vermogensbeschermingsregels kunt u niet wegcontracteren.
  4. Drag-along en tag-along. Een drag-along geeft de meerderheidsaandeelhouder het recht de minderheid te verplichten mee te verkopen bij een overname. Een tag-along geeft de minderheidsaandeelhouder het recht om onder dezelfde voorwaarden mee te verkopen. Beide clausules zijn toegestaan onder het WVV, maar kunnen de dwingende wettelijke en statutaire overdrachtsbeperkingen niet opzijzetten.
  5. Niet-concurrentie en vertrouwelijkheid bij vertrek. Voor aandeelhouders is dit wettelijk niet geregeld in het WVV. Zonder expliciete clausule: niets. Een niet-concurrentiebeding moet wel voldoen aan de klassieke geldigheidsvereisten: een beperking in tijd, geografische reikwijdte en activiteitendomein. Een onbeperkt of te ruim geformuleerd beding kan worden herleid of nietig verklaard.

Conclusie

Een aandeelhoudersovereenkomst opstellen is geen teken van wantrouwen. Het is een teken van professionalisme. Goede afspraken maken goede vennoten. En goede vennoten leggen die afspraken op papier vóór er een probleem is, niet erna. Combineer ze steeds met de juiste statutaire bepalingen: wat u aan derden wilt tegenwerpen, moet ook openbaar zijn.

Heeft u een vennootschap met meerdere aandeelhouders en geen aandeelhoudersovereenkomst? Of wilt u uw bestaande overeenkomst of statuten laten toetsen aan het WVV? Neem vrijblijvend contact op. Wij bekijken het graag samen met u.