10 september 2025
Laatste wijziging: 3 oktober 2025

Grondwettelijk Hof schept verduidelijking: software uitgesloten van fiscaal gunstregime auteursrechten

Geschreven door: Jan Peeters, Lynn Verhoeven

Artikel 100 van de programmawet van 26 december 2022 heeft een vernieuwde regeling ingevoerd voor inkomsten uit overdracht of het in licentie geven van auteursrechten. Met ingang van 1 januari 2023 werd het fiscaal gunstregime dat van toepassing is op auteursrechter strenger gemaakt door o.m. de toepassingsvoorwaarden ervan te wijzigen.

In plaats van een algemene verwijzing naar Boek XI van het Wetboek Economisch Recht (WER), kwam een verwijzing naar titel 5 van dat boek dat betrekking heeft op auteursrechten bij werken van letterkunde of kunst in het algemeen. Het nieuwe artikel verwijst niet naar titel 6 en 7 van dat boek dat het specifieke beschermingsregime voor auteursrecht op software en databanken betreft.

Van in het begin rees er onduidelijkheid of men hiermee effectief de bedoeling had om het toepassingsgebied van het fiscale regime te beperken tot werken van letterkunde en kunst en voorstelling van uitvoerende kunstenaars en software uit te sluiten van het toepassingsgebied.

De Minister van Financiën verklaarde tijdens de bespreking van deze wetswijziging dat het wel degelijk de bedoeling was om het toepassingsgebied in te perken en computerprogramma’s of software uit te sluiten van het fiscaal voordelig systeem. Ook de Rulingcommissie sloot hierbij aan in een beslissing van 3 oktober 2023.

De IT-sector heeft deze visie proberen aan te vechten door aan het Grondwettelijk Hof te vragen deze bepaling te vernietigen omwille van een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 16 mei 2024 geoordeeld dat artikel 100 van de programmawet geen discriminatie inhoudt tussen auteurs van werken van letterkunde of kunst en auteurs van computerprogramma’s en bekrachtigt daarmee de uitsluiting van software-ontwikkelaars uit het fiscaal gunstig regime van auteursrechten.

Volgens het Hof heeft de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid in fiscale zaken. Het Hof oordeelt dat de verschillende behandeling gebaseerd is op een objectief criterium. Het Hof benadrukt dat het doel van de programmawet was om terug te keren naar de zogenaamde “oorspronkelijke doelstellingen” van het fiscale stelsel voor auteursrechten en een einde te maken aan de misbruiken van de fiscale regeling voor auteursrechten.

Het Hof merkt op dat de fiscale regeling voor auteursrechten berust op het vermoeden dat de inkomsten bij artistieke activiteiten op onregelmatige en wisselvallige manier worden verkregen. Dit vermoeden geldt niet ten aanzien computerprogramma’s die in tegenstelling tot andere auteursrechtelijke werken meestal ontwikkeld worden binnen stabiele economische relaties omdat zij van technische en utilitaire aard zijn. Het feit dat de ontwikkeling van software sedert meerdere jaren aanleiding gaf tot een relatief stelselmatig gebruik van de fiscale regeling voor auteursrechten toont volgens het Hof ook aan dat de betaling van auteursrechten een vol¬waardige beloningsmethode is geworden.

Het Hof oordeelt dus dat de bestreden maatregel geen onevenredige gevolgen heeft voor de ontwikkelaars van computerprogramma’s, noch voor de personen die zij tewerkstellen, in zoverre hij enkel tot gevolg zou hebben dat zij worden onderworpen aan de fiscale regeling voor de beroepsinkomsten.

Dit betekent concreet dat men voor softwareontwikkeling en gerelateerde activiteiten geen beroep meer kan doen op het fiscaal voordelig regime van auteursrechten.