6 maart 2026
Laatste wijziging: 18 maart 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid: wat riskeert u als bestuurder van een vennootschap?

Geschreven door: Kristof Krol, Wim Wijsmans

U bent bestuurder van een BV of NV. U neemt dagelijks beslissingen over contracten, investeringen en personeel. Maar weet u ook waarvoor u persoonlijk aansprakelijk kunt worden gesteld? Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) bevat een uitgebreid aansprakelijkheidsregime dat op alle bestuurders van toepassing is. Daar bovenop veranderde het nieuwe Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek de spelregels rond buitencontractuele aansprakelijkheid. In deze blog lichten wij toe wat u als bestuurder riskeert, welke bescherming u heeft en hoe u zich kunt wapenen.

Wanneer bent u aansprakelijk als bestuurder?

Het WVV voorziet in een gemeenschappelijk aansprakelijkheidsregime voor bestuurders van alle rechtspersonen. Artikel 2:56 WVV bepaalt dat u aansprakelijk kunt worden gesteld voor fouten die u begaat bij de uitoefening van uw bestuursmandaat. Het gaat dan om drie grote categorieën.

Gewone bestuursfouten. U neemt een beslissing die een normaal voorzichtige bestuurder in dezelfde omstandigheden niet zou hebben genomen. Denk aan het niet-protesteren van een factuur, het onzorgvuldig goedkeuren van een investering of het nalaten om een contract tijdig te hernieuwen.

Inbreuken op het WVV of de statuten. Het niet-neerleggen van de jaarrekening, het niet-naleven van de alarmbelprocedure of het negeren van de belangenconflictregeling zijn typische voorbeelden. Bij een collegiaal bestuur bent u hiervoor hoofdelijk aansprakelijk.

Buitencontractuele fouten tegenover derden. Ook derden (klanten, leveranciers, schuldeisers) kunnen u rechtstreeks aanspreken voor schade die zij lijden door uw bestuursbeslissingen.

Belangrijk: deze regels gelden niet alleen voor formeel benoemde bestuurders. Ook feitelijke bestuurders en vaste vertegenwoordigers van een bestuurder-rechtspersoon vallen onder hetzelfde regime. Wie in de praktijk mee de koers van de vennootschap bepaalt, draagt ook de bijbehorende aansprakelijkheid.

De cap: een aansprakelijkheidsplafond met beperkingen

Het WVV heeft met artikel 2:57 een plafond ingevoerd op de bestuurdersaansprakelijkheid, de zogenaamde cap. Afhankelijk van de omvang van uw vennootschap (omzet en balanstotaal) varieert dit plafond tussen 125.000 en 12 miljoen euro.

Klinkt als een geruststelling? In de praktijk is het toepassingsgebied sterk beperkt. De cap geldt niet bij bedrieglijk opzet, bij oogmerk om te schaden, bij een herhaaldelijk voorkomende lichte fout en bij een grove fout die tot het faillissement heeft bijgedragen. In de praktijk doen de meeste aansprakelijkheidsvorderingen zich net in die categorieën voor. De cap biedt dus enkel bescherming bij toevallig voorkomende lichte fouten, wat net het type fouten is dat zelden tot een vordering leidt.

Boek 6 BW: het einde van de quasi-immuniteit

Tot voor kort konden bestuurders in bepaalde situaties een beroep doen op de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent. Dat principe hield in dat een derde die schade leed door de uitvoering van een contract met de vennootschap, niet rechtstreeks de bestuurder kon aanspreken. Met de inwerkingtreding van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is die bescherming verdwenen.

Concreet betekent dit dat contractspartijen van uw vennootschap u als bestuurder nu sneller rechtstreeks buitencontractueel aansprakelijk kunnen stellen. Wel blijft de kennelijkheidsvereiste uit artikel 2:56 WVV gelden. Dat wil zeggen dat de rechter uw beslissingen slechts marginaal mag toetsen: enkel wanneer uw gedrag kennelijk afwijkt van wat een normaal voorzichtige bestuurder zou doen, is er sprake van een fout. Boek 6 BW verruimt dus het toepassingsgebied, maar verandert niets aan de inhoudelijke maatstaf.

Hoe beschermt u zichzelf?

Sluit een D&O-verzekering af. Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (Directors & Officers) dekt de kosten van verweer en eventuele schadevergoedingen. Het WVV laat uitdrukkelijk toe dat de vennootschap de premie betaalt. Gezien de ruimere aansprakelijkheid onder Boek 6 BW is dit relevanter dan ooit.

Documenteer uw besluitvorming. Leg (minstens) belangrijke bestuursbeslissingen vast in notulen. Noteer de overwegingen die tot een beslissing hebben geleid. Als achteraf blijkt dat een beslissing verkeerd uitpakte, toont goede documentatie aan dat u op dat moment zorgvuldig hebt gehandeld.

Respecteer de wettelijke procedures. Leef de alarmbelprocedure na wanneer het eigen vermogen daalt tot onder de wettelijke drempels. Volg de belangenconflictregeling correct. Leg de jaarrekening tijdig neer. Elk van deze verplichtingen lijkt administratief, maar de niet-naleving ervan is een veelgebruikte grond voor aansprakelijkheidsvorderingen.

Vraag een exoneratie aan uw aandeelhouders. Het WVV verbiedt dat de vennootschap zelf uw aansprakelijkheid beperkt of u vooraf vrijwaart. Maar aandeelhouders en derden mogen dat wel. Overweeg om in de aandeelhoudersovereenkomst een vrijwaringsclausule op te nemen.

Conclusie

De aansprakelijkheid van bestuurders is door Boek 6 BW ruimer geworden, terwijl de bescherming van de cap in de praktijk beperkt blijft. Dat maakt een bewuste aanpak onmisbaar: een goede D&O-verzekering, zorgvuldige documentatie en strikte naleving van de wettelijke procedures vormen uw beste bescherming.

Wilt u weten of u als bestuurder voldoende beschermd bent? Of heeft u vragen over de impact van Boek 6 BW op uw situatie? Neem vrijblijvend contact op met Kristof Krol of Wim Wijsmans. Wij bekijken graag samen met u welke stappen u kunt ondernemen.